Het gat in het systeem is dat de euro een munt is zonder staat
Beeld: © Yi hui Chang
Europa moet grote stappen zetten als het een dam wil opwerpen tegen de oorlogsdreiging van Rusland en niet vermalen wil worden tussen de Verenigde Staten en China. Integratie op vier vitale gebieden – energie, defensie, industriebeleid en financiën – ligt voor de hand, zegt de gezaghebbende Britse auteur en financieel specialist David Marsh.
‘Somewhat gloomy.’ Met een kenmerkend Brits understatement verwoordt de invloedrijke financieel specialist David Marsh zijn kijk op de stand van zaken in Europa.
Enigszins somber, want van alle kanten ziet hij bedreigingen op Europa afkomen. En een antwoord, dat eensgezindheid, kracht en zelfvertrouwen uitstraalt, blijft uit.
Om de tegenstrijdige belangen en de onderlinge verdeeldheid te verklaren, grijpt Marsh in zijn meest recente boek Can Europe survive terug op de vaak moeizame Europese stappen naar grotere eenwording.
Hij heeft het zelf allemaal meegemaakt, eerst als correspondent van de Financial Times in Parijs, Bonn en Brussel, later in Londen. De contacten die hij opbouwde in zijn werk, heeft hij altijd onderhouden.
Hij geldt als dé Britse autoriteit inzake de Europese monetaire unie en centrale banken, is voorstander van de uitgifte van eurobonds (staatsleningen uitgegeven door Europese instellingen) en een grotere rol voor de Europese Centrale Bank. Klaas Knot beschouwt hij als een kansrijke opvolger van Christine Lagarde als president van de ECB in 2027.
CV David Marsh (1952)
- studeerde scheikunde aan de Universiteit van Oxford
- werkte van 1978 tot 1995 voor de Financial Times als correspondent in West-Duitsland, Frankrijk en Brussel
- werkte daarna in Londen als adviseur voor enkele kleine banken
- richtte in 2010 in Londen het OMFIF op, een forum voor onderzoek naar monetaire en financiële zaken
- geldt als autoriteit op het terrein van de Europese Monetaire Unie en de centrale banken
- schreef onder meer The Bundesbank, The bank that rules Europe (1992), The euro, The battle for the new global currency (2011), Europe’s deadlock, How the euro crisis could be solved and why it won’t happen (2013), Six days in september, Black wednesday and the making of Europe (2017) en recent Can Europe survive? The story of a continent in a fractured world (2025)
Aan de hand van gesprekken met meer dan honderd Europese en Amerikaanse hoofdrolspelers – onder wie in Nederland Klaas Knot, Frank Elderson en Nout Wellink – schetst hij hoe na de val van de Berlijnse Muur in november 1989 de totstandkoming van de euro, de uitbreiding van de Europese Unie en de relatie van de NAVO met Rusland vorm hebben gekregen.
Daarbij stelt hij vast dat ‘Europa’ – de 27 lidstaten van de Europese Unie en Groot-Brittannië, wat hem betreft – zich nooit volledig rekenschap heeft gegeven van de seismische veranderingen in de machtsverhoudingen die dat met zich mee heeft gebracht.
Na de omwentelingen veroorzaakt door Napoleon, Wilhelm II, Hitler en Stalin noemt u de val van de Berlijnse muur de ‘vijfde tektonische verschuiving in de Europese machtsverhoudingen’ van de afgelopen twee eeuwen. Zou de monetaire unie niet van de grond zijn gekomen zonder de val van de Muur?
‘In ieder geval niet op dat moment. De aanloop naar een monetaire unie begon wel eerder, midden jaren tachtig, met plannen voor de interne markt.
Begin 1989 verscheen het rapport van Jacques Delors (toenmalig president van de Europese Commissie) over een monetaire unie. Dat was driekwart jaar vóór de val van de Muur en nog langer voor de Duitse hereniging, die eind 1990 plaatsvond.’
Eind jaren tachtig, begin jaren negentig waren een periode van ongekende politieke en financiële Europese activiteiten, voor en achter de schermen, die Marsh met verve beschrijft.
De West-Duitse bondskanselier Helmut Kohl besefte dat hij de steun nodig had van François Mitterrand, de president van Frankrijk, om de hereniging van Oost- en West-Duitsland te realiseren.
Frankrijk, dat al veel langer bezwaren maakte tegen de overheersende rol van de West-Duitse D-Mark in het toenmalige Europese Monetaire Stelsel (de voorloper van de monetaire unie), eiste als tegenprestatie de totstandkoming van een monetaire unie en invoering van een Europese eenheidsmunt.
David Marsh: ‘Daarmee zou West-Duitsland tonen dat een herenigd Duitsland net zo westers georiënteerd zou zijn als de toenmalige Bondsrepubliek. Veel Duitsers ontkenden indertijd dat er sprake was van een quid pro quo. Maar een nuchtere analyse van de geschiedenis bevestigt dat er geen monetaire unie was gekomen zonder de val van de Muur. Als de Fransen meer geduld hadden getoond, dan was de Europese Centrale Bank in Parijs gevestigd.’
Waarom is dat niet gebeurd?
‘Bondskanselier Helmut Kohl gaf toe aan de wens van Frankrijk en Italië dat de monetaire unie al in 1997 of uiterlijk 1999 van start zou gaan. [President François Mitterrand en de Italiaanse premier Giulio Andreotti beklonken dit in een restaurant in Valkenburg op de avond voor het begin van de Europese top van Maastricht, december 1991 _red.] Als tegenprestatie eiste Kohl dat de Europese Centrale Bank in Frankfurt zou komen.
Als ze de D-Mark moesten opgeven, eisten de Duitsers dat de ECB doordrenkt moest zijn van de methodes, tradities en de geest van de Bundesbank. Achteraf moet je vaststellen dat Frankrijk deze slag gewonnen heeft: de hedendaagse ECB is geen kloon van de Bundesbank.’
Parallel aan de onderhandelingen over de Economische en Monetaire Unie vonden in 1991 onderhandelingen plaats over de vorming van een Europese Politieke Unie.
Tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Gemeenschap (de voorloper van de EU) in de maanden voorafgaande aan de top van Maastricht presenteerde Nederland een ontwerp voor een politieke unie.
Op een Europese Raad van de ministers van Buitenlandse Zaken werd het voorstel van tafel geveegd: tien van de (toenmalige) twaalf lidstaten verwierpen het plan. Alleen België steunde Nederland. Het leidde tot een smadelijke afgang voor de Nederlandse diplomatie.
‘We zijn afgegaan als een gieter,’ erkende minister van Buitenlandse Zaken Hans van den Broek. Die dag, 30 september 1991, kwam bekend te staan als ‘zwarte maandag’.
Het standpunt van de Bundesbank, gedeeld door De Nederlandsche Bank, dat een monetaire unie zonder overkoepelende politieke unie niet wenselijk was, werd genegeerd door de West-Duitse regering. Die had de neuzen geteld en eieren voor haar geld gekozen. De steun van Frankrijk voor de Duitse hereniging én de toezegging dat de Europese Centrale Bank onafhankelijk zou zijn, gaven de doorslag om de wens van een politieke unie te laten vallen.
De monetaire unie bestaat ruim vijfentwintig jaar. Er is één munt, maar nog altijd geen overkoepelende economische of politieke unie.
‘Het gat in het systeem is dat de euro een munt zonder staat is. Alle grondleggers van de monetaire unie wisten indertijd dat dit een fundamentele tekortkoming was. Kohl noemde een monetaire unie zonder politieke unie “een luchtkasteel”.
De Duitsers waren zich ervan bewust dat ze de kwestie omzichtig moesten aanpakken, want een politieke unie kon rekenen op binnenlandse tegenstand. Ze verscholen zich achter de Fransen, die nog veel sterker gekant waren tegen een politieke unie.’
Zijn er voorbeelden van monetaire unies zonder politieke eenheid?
‘Ik heb de hand weten te leggen op een nooit openbaar gemaakte studie van de Bank of England, de centrale bank van het Verenigd Koninkrijk. Op verzoek van de toenmalige bankgouverneur, Eddy George, had zijn staf een overzicht gemaakt van alle monetaire unies van de afgelopen driehonderd jaar en daarbij vermeld welke geslaagd waren.
De conclusie was dat vrijwel alle monetaire unies mislukt waren als ze niet werden gedekt door een politieke unie. Eddie George besloot het rapport in de kluis te leggen. Want als het openbaar zou worden, zou het óf betekenen dat de Britten tegen een monetaire unie waren omdat er geen politieke unie zou komen, óf het zou de indruk wekken dat sommige mensen achter de schermen in Londen voorstanders waren van een politieke unie. Dat zou binnenlands politiek heel controversieel zijn.
Om beide redenen besloot George dat het rapport nooit gepubliceerd mocht worden.’
Tijdens de eurocrisis in 2012 stond de monetaire unie op de rand van instorting, omdat er achter de ECB geen staat stond die bij machte was de euro te redden. Totdat de toenmalige president van de ECB, Mario Draghi, de beroemd geworden uitspraak deed om de euro te verdedigen: ‘Whatever it takes’. U schrijft dat Timothy Geithner, de Amerikaanse minister van Financiën, een doorslaggevende rol heeft gespeeld om het Europese systeem overeind te houden.
‘Het is verbijsterend om de notulen te lezen van het Federal Open Market Committee, het comité van centrale bankiers dat het Amerikaanse monetaire beleid bepaalt, die na een termijn van vijf jaar gepubliceerd worden.
De FOMC komt iedere zes weken bijeen. In de verslagen kun je lezen dat mensen als Bill Dudley van de centrale bank in New York en Ben Bernanke, toenmalig voorzitter van de Federal Reserve System, de ontwikkelingen in Europa nauwgezet in de gaten hielden. Net als Geithner waren ze van mening dat de ECB keihard moest optreden en de munt moest redden door massaal staatsleningen van de belaagde landen op te kopen.’
Italië stond op het punt om na Griekenland, Portugal, Spanje en Ierland onderuit te gaan. Dat zou het einde van de monetaire unie betekenen.
‘Ja, en Draghi kende de Amerikanen goed, hij is opgeleid aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT) in Boston, en heeft in New York gewerkt voor de investeringsbank Goldman Sachs. Hij geloofde in een harde monetaire aanpak. Niet alleen om de euro te redden, ook omdat dit in het belang van Italië was.
Het Amerikaanse ministerie van Financiën publiceert lijsten van alle telefoongesprekken die bewindslieden voeren. Ook destijds die van Geithner met Draghi en andere betrokkenen. Die informatie is niet geheim, wel onthullend.
Ik was de eerste die heeft uitgezocht hoe vaak ze contact hadden en hoe de Amerikanen druk uitoefenden op Draghi om de eurocrisis te bezweren. Dat deed hij uiteindelijk met zijn toespraak op 26 juli 2012.’
Als Amerikaanse minister van Financiën (2009-2013) belde Geithner 55 keer met Draghi (vanaf 2013 president van de ECB), 41 keer met Trichet (voorganger van Draghi als president van de ECB), 34 keer met de Duitse minister van Financiën Schäuble, 74 keer met de Franse minister van Financiën Lagarde en 59 keer met de directeur van het IMF, Strauss Kahn. Daarnaast voerde hij (in)formele gesprekken in de marge van multilaterale bijeenkomsten met zijn Europese collega’s, had hij vertrouwelijke ontmoetingen die niet zijn geregistreerd en reisde hij herhaaldelijk naar Europa voor overleg over de eurocrisis.
Op aandringen van Geithner verdween het voorstel van Schäuble om Griekenland uit de eurozone te zetten van tafel, evenals de splitsing tussen noordelijke en zuidelijke eurolanden, waarvoor onder meer in Nederland politieke steun bestond.
Ruim tien jaar later is er nog altijd geen politieke unie en loopt de vervolmaking van een geïntegreerde Europese kapitaalmarkt vast op politieke tegenstand. De Nederlandse minister van Financiën, Eelco Heinen en zijn partij (VVD), zijn fel gekant tegen de uitgifte van eurobonds, staatsleningen uitgegeven door de Europese Unie en niet door nationale overheden.
‘Eurobonds worden de lakmoesproef voor de nabije toekomst. Daarnaast moet de ECB weer obligaties gaan opkopen, zoals ze de afgelopen jaren ook deed. Dat kunnen nationale staatsleningen zijn, maar ook eurobonds.
Ik was aangenaam verrast door de bekering van Klaas Knot, de voormalige president van De Nederlandsche Bank. Hij zei onlangs open te staan voor het opkopen van obligaties door de ECB omdat die nodig kunnen zijn voor stabiliteit in de financiële markten.
Ook Joachim Nagel, de president van de Bundesbank, heeft duidelijk gemaakt dat hij geen tegenstander meer is, bijvoorbeeld om te helpen met de financiering van Europese defensie-uitgaven.’
Dan zou de ECB meehelpen aan het bereiken van de nieuwe NAVO-norm.
In juni 2025 is op de NAVO-top in Den Haag onder druk van president president Donald Trump besloten dat de NAVO-lidstaten hun defensie-uitgaven verhogen tot 5 procent van het bruto binnenlandse product (bbp) per jaar: 3,5 procent voor defensie en 1,5 procent voor strategische infrastructuur.
‘Historisch gezien hebben centrale banken vaak een rol gespeeld bij de financiering van oorlogen. De Bank of England is in 1694 opgericht door stadhouder-koning Willem III om de bouw van schepen voor de Royal Navy te financieren. In de Tweede Wereldoorlog hield de Federal Reserve de rente laag om de Amerikaanse oorlogsmachine betaalbaar te houden.
Met de oorlog die nu gaande is in Oekraïne zal de ECB die richting op gaan. Ze zal meer deel gaan uitmaken van de staatsmacht. Dat zal verzet oproepen. Het is een dun koord om deze trapeze-act op uit te voeren.’
Komen er Europese war bonds, zoals in Groot-Brittannië tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog?
‘De eurolanden moeten gezamenlijke obligaties uitgeven. Dat kan ook in dollars, om de aankoop van Amerikaanse wapens voor de versterking van de Europese defensie te financieren.’
Dollarobligaties van de EU?
‘Overheden geven vaker leningen uit in een andere munt dan die van het eigen land. Op die manier kun je meer geld uit de markt halen. De Britse overheid kan euro-obligaties uitgeven. Dat kan bijdragen aan toenadering tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk. Vergeet niet, alle Europese landen, binnen en buiten de eurozone, hebben te maken met vergelijkbare problemen. Ze hebben ook allemaal te maken met de oorlog in Oekraïne.’
Europa moet oppassen niet als een bal door Amerika en China heen en weer te worden gegooid
Eurobonds leveren een bijdrage aan de versterking van de Europese kapitaalmarkten. Is dat van belang om tegenwicht te bieden aan de macht van de dollar?
‘De dollar zal geleidelijk minder dominant worden, al ben ik van mening dat zijn positie de komende twintig, dertig jaar niet zal worden overgenomen door de euro of de Chinese renminbi.
Maar de euro is inmiddels de tweede reservemunt ter wereld, en na toetreding van Bulgarije op 1 januari 2026 is de ECB een centrale bank met twintig deelnemende landen. Dan moet je financiële slagkracht hebben om je munt te kunnen verdedigen. Daarom zijn investeerders wereldwijd van mening dat er snel eurobonds moeten komen.’
Marsh zegt dit in algemene zin. Hij baseert zich op gesprekken met bankiers en investeerders. Recent was hij in China, waar volgens hem al vijftien jaar wordt aangedrongen op eurobonds. Voor obligatiemarkten zijn eurobonds interessant, omdat ze een uitbreiding zijn van het aanbod van staatsobligaties met een heel laag risico.
Na aanvankelijke afwijzing is de ECB bezig met de ontwikkeling van een zogenoemde central bank digital currency (CBDC), een digitale euro die niet bij een commerciële bank staat maar bij centrale banken zoals De Nederlandsche Bank of de ECB, en daardoor veiliger is. Waarom gaat dat proces zo traag?
‘De ontwikkelingen in de VS hebben de ECB aangezet tot actie. De Franse en Duitse presidenten van de centrale banken praten nu openlijk over de noodzaak de soevereiniteit van de euro te verdedigen. En ze beschouwen een Europese digitale munt als een van de instrumenten om dat te bereiken.’
Een digitale munt is ook een antwoord op de uitholling van de traditionele functie van centrale banken: hun monopolie op de uitgifte van bankbiljetten en munten. Slechts 10 procent van de geldschepping komt nog van centrale banken, 90 procent is afkomstig van private banken, schaduwbanken en in toenemende mate van techbedrijven en crypto-platformen die niet gereguleerd worden.
‘Centrale banken vormen het fundament van het monetaire systeem, centralebankgeld maakt dat het systeem werkt door geld aan de commerciële banken te verstrekken. Ze mogen niet toestaan dat dit volledig overgenomen wordt door spelers in de private sector. En helemaal niet door spelers uit de Verenigde Staten of China.
Europa moet oppassen dat het niet als een rubberen bal wordt heen en weer gegooid tussen de VS en China. Een van de manieren om dat te voorkomen is de ontwikkeling van een Europese digitale munt, ter verdediging en als teken van kracht.’
Ondertussen groeit de populariteit van stablecoins, cryptomunten die zijn gekoppeld aan de dollar en waarvan de tegenwaarde gegarandeerd wordt door beleggingen in Amerikaanse overheidsschulden.
Een stablecoin is een cryptomunt die is gekoppeld aan een min of meer waardevast onderpand. Dat is in veel gevallen de Amerikaanse dollar, maar een stablecoin kan ook gekoppeld zijn aan andere valuta, zoals de euro, of bijvoorbeeld aan grondstoffen als goud. Negen grote Europese banken, waaronder ING, hebben onlangs aangekondigd in 2026 een euro-stablecoin op te markt te brengen.
‘Ja, inderdaad. Stablecoins lijken een manier om een groter deel van de wereldwijde besparingen aan te trekken om de waanzinnige Amerikaanse overheidstekorten te financieren. Het is hoog tijd dat Europa zich verzet tegen deze kolonisatie van het internationale monetaire systeem.’
Olaf Sleijpen, de nieuwe president van De Nederlandsche Bank, waarschuwde onlangs voor de risico’s van stablecoins. In oktober kelderden de belangrijkste stablecoins in koers en zorgden daarmee voor kortstondige paniek op de markt voor Amerikaans schatkistpapier.
‘Sleijpen heeft gelijk. Ze ondermijnen de stabiliteit van het financiële stelsel. Hetzelfde heeft Nagel van de Bundesbank gezegd.’
Het Europese parlement lijkt gevoelig voor de bankenlobby. De uitgifte van digitaal geld door de centrale bank stuit op verzet, het voorstel van de banken om een nieuw Europees betalingssysteem uit te rollen, Wero, krijgt volop steun. ‘De Europese banken zijn bang dat ze hun greep op betalingen en overboekingen kwijtraken aan Amerikaanse techbedrijven. Daar willen ze controle over houden.
Bij digitaal geld van centrale banken zijn er zorgen over privacy. Bankbiljetten zijn ‘veilig’ omdat ze anoniem zijn, terwijl bij alles wat klinkt als ‘digitaal geld’ van centrale banken, de angst bestaat dat informatie kan uitlekken en dat overheden transacties van personen of bedrijven kunnen volgen. Er moeten daarom privacy-garanties zijn.’
Amerikaanse techplatformen als Meta en Google zijn hard bezig eigen digitale betaalsystemen te ontwerpen. Als de ECB niet opschiet, beschikt Facebook binnenkort niet alleen over al je persoonlijke gegevens, ook over je geld. ‘Dat is waar. Maatregelen om dit te voorkomen hadden jaren geleden genomen moeten worden. Het probleem is dat als je nu actie onderneemt tegen Amerikaanse big-techbedrijven, dit zal leiden tot vergeldingsacties door president Donald Trump.
Op handelsgebied is Europa kwetsbaar, het heeft een groot handelsoverschot met de Verenigde Staten. De Amerikanen kunnen de levering van technologie en software stopzetten of de Europese toegang tot Amerikaanse markten bevriezen. Trump heeft alle kaarten in handen.’
Europa is verdeeld, Frankrijk politiek instabiel, de Duitse economie kwakkelt, de Europese afhankelijkheid van Russische olie en gas is een ramp gebleken. Ondertussen groeit de Amerikaanse economie harder en neemt China de wereldmarkt over.
‘Daarom ben ik enigszins somber. Het VK, Frankrijk en Duitsland zijn alle drie op hun eigen manier een puinhoop. Ze proberen er wel iets aan te doen. Op gebied van economie, handel en Oekraïne proberen ze een gemeenschappelijk front tegen Amerika te vormen.
De sleutel voor herstel is versterking van de Europese groei. Er moet sprake zijn van soepeler omgang met begrotingstekorten. De ECB zal de rente niet nodeloos moeten opschroeven en actiever moeten worden in de financiële markten.
Niet langer is de ECB uitsluitend belast met monetair beleid. Meer en meer neemt ze de rol aan van een centrale bank van een staat [zoals de Federal Reserve in de Verenigde Staten, red.]. Met alle kwetsbaarheden die dat met zich meebrengt, omdat er geen overkoepelende staat is voor het eurogebied.
Een machtiger ECB roept natuurlijk weerstand op. Stel dat de centraalbankiers besluiten een monetair beleid te voeren dat gevolgen heeft voor de belastingen en overheidsuitgaven. Mensen zullen zich afvragen: waarom hebben we de macht overgedragen aan een stelletje ongekozen technocraten in Frankfurt? Is de staart bezig de hond te kwispelen? Is dit een staat in de staat?’
Met het risico dat ECB-beleid een tegenbeweging oproept van nationaal-populistische partijen in de eurolanden, zoals de AfD in Duitsland en de PVV in Nederland.
‘Absoluut. Daar moet je rekening mee houden. Niet alleen in Duitsland, ook in andere landen.
Hoe ziet u de toekomst van de ECB?
‘Cruciaal is de opvolging van ECB-president Christine Lagarde in november 2027. Aangezien in het Verdrag van Maastricht de onafhankelijkheid van de ECB is vastgelegd, kunnen politici uitsluitend rechtstreekse invloed uitoefenen op het moment waarop ze de president benoemen.
In Frankrijk eindigt de termijn van president Macron in april 2027 – tenzij sprake is van vervroegde verkiezingen. De kans bestaat dat er vervolgens in Parijs een extreemrechtse regering aantreedt, die moet beslissen over de opvolging van Lagarde. Het is mogelijk dat Lagarde besluit om vervroegd af te treden, als een daad van Europese gezindheid, om Macron in staat te stellen haar opvolger aan te wijzen.’
Denkt u dat Klaas Knot kans maakt?
‘Er zitten voordelen aan zijn benoeming. Maar ik zie ook voordelen van een kandidaat uit Duitsland. Daar zijn verschillende gegadigden, niet alleen Joachim Nagel.
Stel dat bondskanselier Merz een Duitser naar voren schuift. Dat valt goed in eigen land, maar dan moet hij concessies doen aan de overige eurolanden. Terwijl hij bonuspunten van de anderen krijgt als hij zich uitspreekt voor Klaas Knot. Het is een afweging die hij moet maken. Hoe dan ook zal Merz een belangrijke stem hebben in de keuze.’
David Marsh: Can Europe survive? The story of a continent in a fractured world. Yale University Press, 2025.
Dit artikel is gepubliceerd op de website van Follow the Money op 7 december 2025.
